CREATIEF DNA REGIO EINDHOVEN
Eindhoven Stichting Alice 2003
In 2003 heeft Stichting Alice de Creatieve Industrie in de regio Eindhoven onderzocht en in kaart gebracht.
Samenvatting resultaten
De
belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn dat het in grote lijnen
gaat om werkgelegenheid voor tenminste 30.000 personen (8% van de
totale regionale werkgelegenheid) en om meer dan 8.000 ondernemingen
met een voorzichtig geschatte omzet van minstens 1,2 miljard euro. Dit
is zo’n 3% van de totale regionale omzet. In 87% van de gevallen gaat
het om microbedrijvigheid (1-10 werknemers) waarvan 80% geen
subsidierelatie heeft met de overheid. (Ter vergelijk: een sector als
de bouw neemt 7% van de werkgelegenheid in de regio voor zijn rekening
en het onderwijs of de ICT sector zijn ieder goed voor circa 5,5%.) Het
zwaartepunt van het aantal vestigingen binnen de creatieve industrie
ligt in Eindhoven, op afstand gevolgd door Helmond. Op een enkele
uitzondering na behoort vrijwel alle creatieve industrie tot het
Midden- en Kleinbedrijf (< 250 werknemers). Alhoewel het onderzoek
formeel niet representatief is, geeft het een goed exemplarisch beeld
en biedt het voldoende aanknopingspunten voor vervolgonderzoek en nieuw
beleid.
Ongeveer 37% van de bedrijven bestaat vijf jaar of
minder. Voor 60% worden ze geleid door hoger opgeleiden waarvan 50% er
meer dan 40 uur per week voor werkzaam is. Motieven als zelfontplooiing
en ‘eigen baas zijn’, vormen de belangrijkste drijfveren. De combinatie
van wonen en werken op eenzelfde locatie is de meest voorkomende bij
60%. Als er al verhuisd gaat worden, dan doet 66% dat bij voorkeur
binnen de eigen gemeente, maar vooralsnog heeft 78% nog geen plannen op
korte termijn in die richting. Prijs, functionaliteit en
vloeroppervlakte zijn voor de microbedrijvigheid belangrijker dan imago
en uitstraling; zaken die pas gaan spelen als het bedrijf groeit en
professioneler wordt.
Een meerderheid (66%) onderhoudt vaak
netwerkcontacten met klanten, collega’s en toeleveranciers en slechts
10% weet de weg te vinden naar semi-overheidsinstellingen. Het
merendeel van deze contacten verloopt via e-mail, gevolgd door kanalen
als netwerkbijeenkomsten, de horeca en brancheverenigingen.
Netwerkcontacten binnen de eigen sector vinden vooral regionaal en
bovensectoraal vooral landelijk plaats. Deze contacten worden als
belangrijk gezien voor het werven van klanten en op de tweede plaats
voor het vergaren van informatie en de uitwisseling van idee




